A C T U A L I T Y – Willem Hell Must van Nathouden ben Ieck Von Dooidsen Bloet

Willem Hell must van nathouden
ben Ick van Dooidsen Bloed
Den Kwaterland getrhouwe
Ben iek tot in den doet
U nog maar een glas
Voor elck wat Pils

Een Prense van Noranjanië
Ben Ieck vrij onbeheerst
Den Kroonink van Onspanje
Heb ik altijd begheert

In Blooddes Frace te leven
Heb ieck altijd betracht
Daarom ben iek versneven
Om fluit om krant gebracht

Verlijdt U mijn Onderkwaten
Die Op Vécht zijt van Vaart
Godt bewaarme zal U niet
Vernaten als Zhijt ghy
Nu vermaard

Die ontvroomd begneert te vreven
Bidt Godt allemachtig Dag en Nacht
Dat hy my Verkracht mag geven
Dat Ieck U verwelpen mag

Blijf en Goed al te eenzaam heb
Ieck U niet Verschoond
Mijn behoeders van Naam
Hebbent U ook vertoond
Graaf Na Dolf is geblieven in
Den Slag, Zijn Ziel vermint
Eeuwig streven
Vermacht den Jongste dag

Bedel en Hooch Verloren
Van Grijzelijk stam
Een Unox-worst van Rijks verkoren
Als een Vroomhoom Grisstenman

Mijn verschild ende betrouwen
Seit Ghy Ogott mein herr
Op Du so will ich Bauen
Maxima verlaet my immer mehr

Dat Ieck doch Vroomhome mag bleiben
Uw Dienaar Beatricks ternauwe stond
Die die Stierrannie Verdreiven
Die mai mai herz Durchwündt

Von al die Beschwaren und meine opvolgers sei
Beatrix meijn Haerz wil doch bewaren den Trouwen Diennaars
Dat Sei mhy niet verklassen in haere Boosze Moet
Haarhanden nicht und wasschen im Unschüldig Bloet

Als David en Goliath moeste Flüchtten von Zaul den Tiran
So habe Ich Vloekten moessen mit menig Veredelde man
Maar Gott Oh gotte heeft ‘m Verhieven uut Allder Note
Ein Keunichtrijk gegeven in Missrael ssehr Groot

Na ’t Zure gezicht van
Jan Peter sal ieck ontvangen
Van Oh God niet weer ’t Soet
Daer na so doet behange ben ik tot in den
Doet U maar gewoon
Dan bin iech schon Gek genoeg
Fdat ieck mag Sterben met Heere in dat Velt
Een Enig Rijk versterven als eine Getrhoue knelt

Niemand doet my mehr Verwarmen dan Maxima
In meinen Wedersproet dan dat me ziet verarmmen
den Zorrieqiéta’s Landen goet
Dat u de Slachtoffers Krenken Oh Bedel Neederlands goet
Als Iech daer an herdenken mijn Edel Hert Maxima dat Bloet

Als een Polinietticus gezheten van meinen Heires Kracht
Den Tyran van Geert verdreven heb ik den autochtone slach verkracht
Die bij waaldervlakte ligt begraven bevreesde meijn Gewalt
Mijn Reuters zag men hoog draven , aber sehr Moedich
Durg dat Velt

So het den Willem van Béatrick op die tijd was geweest
Hatte ich gaerne willem wederkehren van dit zwaer Tempeest
Maar de Béatrix van hierboven die allerding Begheert
Heeft de Troonsafstand uiteindelijk voor Willem en Maximaal
Begheert..

Sehr Prinselijk erkentelijk was gedrheven mhyn Prenselijck gemhoet
Verstandvastig ist geblieven mijn Herz im tegenspoed
Den Heer heb ik gebeden van meine Hertens Gront Mein Unschuld doet
Bekont

Veroorlof mijn Oraniën knapen die zijt nu bei aftreden in Grote NootUw Rheder van de Mooi Narchie sal niet verslapen op 30 April Als Zeit Ghy nu verstrooid
Doe Vroom Home beghert te Leven Bidt God op zijn B,te Knieën Dach Un nacht
Dat Ghy my Veerkrach mag geven dat Ieck U helpen mag

Tot God en Béatric Willemt U begheven
Sei Verheizaamt woord newhmt aan
Als Vroom home Gristen Leben
T sal met Béatrix sein gedhaen

Tot Gott Oh Gott erbarme dich
Wilt U my verleiden en seine Groite
Macht dat Iexk tot gen Tijden Der
Konin Willem Alexander heb veracht

Dan dat Ieck Gott Den Heerre
Der Heugste Verblijde
Maai-Yestijd heb
moeten Onaniëren
Eh sorry : Obédiëren
In den Hollandische
Zorréqieëtaanse
Ungerechtig kheit

Het Wilhelmus is een Acrostychon.
De eerste letters van de 15 coupletten van het Wilhelmus vormen samen het woord:.
W I L L E M V A N N A S S O V

De nieuwe Versie:
Een Nieu Christelick Liedt Een nieuw christelijk lied
Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant getrouwe
Blyf ick tot in den doot:
Een Prince van Oraengien
Ben ick vrij onverveert,
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.
Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
Heb ick altyt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Landt om Luyd ghebracht:
Maer God sal mij regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick zal wederkeeren
In mijnen Regiment.
In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lydt u myn Ondersaten
Die oprecht zyn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven
Bidt Godt nacht ende dach,
Dat hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.
Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lyf en goet al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn broeders hooch van Namen
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven
In Vriesland in den slaech,
Syn Siel int ewich Leven
Verwacht den Jongsten dach.
Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben ‘t u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in ‘t eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken Stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren
Als een vroom Christen man,
Voor Godes Woort ghepreesen
Heb ick vrij onversaecht,
Als een Helt sonder vreesen
Mijn edel bloet ghewaecht.
Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn Schilt ende betrouwen
Sijt ghy, o Godt mijn Heer,
Op u soo wil ick bouwen
Verlaet mij nimmermeer:
Dat ick doch vroom mach blijven
V dienaer taller stondt,
Die Tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die my beswaren,
End mijn Vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verrasschen
In haren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.
Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den Tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich Edelman:
Maer Godt heeft hem verheven
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijk ghegheven
In Israel seer groot.
Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt mijn Heer dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn Vorstelick ghemoet:
Dat is dat ick mach sterven
Met eeren in dat Velt,
Een eewich Rijck verwerven
Als een ghetrouwe Helt.
Na ‘t zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks Landen goet,
Dat v de Spaengiaerts crencken
O Edel Neerlandt soet,
Als ick daer aen ghedencke
Mijn Edel hert dat bloet.
Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een Prins op gheseten
Met mijner Heyres cracht,
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht,
Die by Maestricht begraven
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn ruyters sach men draven.
Seer moedich door dat Velt.
Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.

Soo het den wille des Heeren
Op die tyt had gheweest,
Had ick gheern willen keeren
Van v dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert.
Diemen altijd moet loven
En heeftet niet begheert.
Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Seer Prinslick was ghedreven
Mijn Princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen bekant.
Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof mijn arme Schapen
Die zijt in grooten noot,
V Herder sal niet slapen
Al zijt ghy nu verstroyt:
Tot Godt wilt v begheven,
Syn heylsaem Woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.
Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
‘t zal hier haast zijn gedaan.

Voor Godt wil ick belijden
End zijner grooter Macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere
Der hoochster Maiesteyt,
Heb moeten obedieren,
Inder gherechticheyt.
Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.
,

Share
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie en getagd , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>